Het Goms
Het Gomstal; Oberwallis
Het Goms ligt in het uiterste noord-oosten van het
kanton Wallis. Het dal volgt de jonge Rhône die ontspringt uit de
Rhônegletscher aan de Furkapasweg en loopt door tot het dal zich
verbreed bij Brig. Feitelijk loopt het Goms van Fiesch tot Gletsch. Drie paswegen komen uit in het Goms, te weten de Grimselpasweg, de Furkapasweg en de Nufenenpasweg.
De jonge rivier zoekt zijn weg al kronkelend tussen de
bergen door in zuid-westelijke richting. Het passeert hierbij tallose
dorpen en dorpjes. Een bekend zijdal van de Rhône is het mooie Binntal.
Verder zijn bekende plaatsen in het Goms Oberwald, Münster, Bellwald,
Reckingen, Niederwald, Fiesch en Mörel.
Gletsch
Gletsch is een zomerdorp dat als uitgangspunt dient voor
de Furkapas en de Grimselpas. Ook heeft het een station van de DFB, de
Dampfbahn Furka Bergstrecke. Sinds 2000 is dit het eindpunt van de
stoomtrein over de Furkapas. Vroeger likte de gletschertong van de Rhonegletscher haast tot nabij de hotels van het dorpje. Tegenwoordig moet je aardig moeite doen om de gletscher goed te zien vanuit Gletsch. In 1995 hing er nog een behoorlijke gletschertong over de rand van de rotsen nabij Hotel Belvedere. Zie foto hieronder.

In 2009 heb ik nogmaals een dergelijke foto genomen. Welliswaar was mijn standpunt nu vanuit het lager gelegen dal bij Gletsch. Het is duidelijk te zien dat het ijs niet meer over de rotsen komt.


Het station van Gletsch; de stoomtrein staat klaar voor vertrek naar Realp
Meer informatie over de Dampfbahn Furka Bergstrecke. De stoomtreinen rijden tussen Realp en Gletsch. Zoals alles er nu naar uit ziet kunnen de treinen in augustus 2010 vanuit Gletsch weer doorrijden naar Oberwald. Er is in 2009 al druk gebouwd om de aansluiting van de DFB op de sporen van de MGB te realiseren. Er wordt nog gebouwd aan de overgang met de weg zodat de treinen het station weer binnen kunnen komen. De verwachting is dat het gehele traject in 2010 weer heropend kan worden. Dan is de oude glorie volledig hersteld.
Oberwald
Het eerste dorpje dat het gehele jaar door bewoond is in
het Goms is Oberwald. De rivier de Rhône bereikt dit dorpje na afdaling
via Gletsch. Gletsch is alleen in de zomermaanden bewoond als
toeristendorp. Oberwald is bekend om zijn mooie barokke kerk uit 1710.
Het een Heilige Kruiskerk die door een grote lawinemuur wordt beschermd.
Zeer bezienswaardig zijn de altaren uit deze kerk.
Oberwald is ook het geplande eindpunt van de DFB welke over de Furkapas
naar Realp loopt. Als in 2006 de verbinding tussen Gletsch en Oberwald
is heropend dan kan men opnieuw de route van de Glacier Express afleggen
over de Furkapas. U dient dan wel de reguliere trein in Oberwald te
verruilen voor de stoomtrein welke u in romantische sferen naar Realp
zal brengen al waar u uw reis dan weer voort kunt zetten met de MGB. In
Oberwald staat ook een locomotiefje als herinnering aan de
heringebruikneming van de Furka Bergstrecke.
In Oberwald begint een kilometerslange langlaufloipe naar Niederwald.
Deze loopt door het brede en zonnige Rhônedal. U kunt de route zo lang
of zo kort maken als u zelf wilt door gebruik te maken van de vele
opstapmogelijkheden die de MGB, de Matterhorn Gotthard Bahn u bied. De
MGB is de nieuwe naam voor de met de BVZ gefuseerde Furka Oberalpbahn.
Ook kunt u in westelijke richting de Gommer Höhenweg volgen. Ook hier
geldt dat u de tocht zo lang of zo kort kan maken als u zelf wenst. Het
eindpunt van deze tocht ligt in Bellwald.
Obergesteln
Een klein dorpje ten zuidwesten van Oberwald. Het valt
op door zijn aparte afwijkende karakter met stenen huizen. Het
oorspronkelijke houtendorp werd meermaals verwoest door brand (1868) en
lawines. Vanuit het dorp zijn goede mogelijkheden voor het maken van
moutainbiketochten of raft-avonturen.
Wilera
In Wilera begint de Gommer Höhenweg. Het is een klein
maar aantrekkelijk chaletdorpje in het Goms.
Ulrichen
Vanuit Oberwald bereikt u Ulrichen nadat u 4 km in
zuidwestelijke richting hebt gereisd. In het dorp treft u nog 16de
eeuwse Gommer huizen aan. Een mooi voorbeeld is bijvoorbeeld het Haus
Imahorn. In Ulrichen kunt u ook het Goms verlaten door de Nufenenpas te
gaan beklimmen. Sinds 1969 vormt deze pasweg een verbinding via het
Bedrettotal met Airolo in Tessin. De pasweg bied schitterende
vergezichten over de noordelijk van de Rhône gelegen bergtoppen.
Münster
We dalen verder af en komen dan in Münster, de
hoofdplaats in het district Goms. Er zijn nog vele oude houten
herenhuizen te vinden uit de 15de en de 16de eeuw. Ze staan aan de nauwe
slingerende dorpsstraat. Het dorp werd ook bezocht door de dichter
Goethe en in een lokaal hotel herinnert een Goethe Stube aan het
verblijf van de dichter hier tijdens zijn reis naar Italië. In de
voorhal staat daar een zeer opmerkelijke kruisingsgroep uit 1743 met een
mooie slapende Petrus en Judas te midden van Romeinse soldaten.
Ook tot de bezienswaardigheden behoort de Mariakerk waarin zich een
fraai laat gotisch altaar met drieluik uit 1509 bevind te samen met 4
andere barokke altaren. In de St Peterskapel uit 1309 zijn nog 17de
eeuwse schilderingen te bewonderen.
Münster biedt talrijke mogelijkheden voor de vakantieganger. Er zijn talrijke wandelwegen, er is een golfterrein en u kunt er fantastisch fietsen. In de winter is er natuurlijk het alpineskiën, langlaufen en winterwandelen.
In het dorpje is een Pfarrereimuseum gevestigd waar u menige rariteit en kostbaarheid kunt vinden.
Reckingen
Als we de jonge Rhône volgen komen we uit in het dorpje
Reckingen. Ook Reckingen is bekend om zijn houten huizen, stallen en
opslagplaatsen. Het dorp is echter vooral bekend geworden door zijn
barokke Mariakerk die als een van de mooisten, zo niet de mooiste, van
Wallis geld. Het witgepleisterde kerkje bevat rijk bewerkte altaren en
vele heiligenbeelden. Het is ook beroemd om zijn gestucte en beschilde
plafonds. Het knekelhuis uit 1745 heeft vitrines waarin men aangeklede
en met kostbare stenen versierde skeletten kan bewonderen door de ramen.
Voor de kerk herinnert een monument aan de lawineramp van 1970 waarbij
30 mensen hun leven verloren.
Gluringen
Midden in het prachtige Goms ligt op zo'n 1300 m boven de zeespiegel het dorpje Gluringen. Het uitzicht is geweldig op de huisberg Galenstock in het noord-oosten of de majestueuze Weisshorn in het Westen. En dan nog elke berg daartussen.
Gluringen is een oververvalst Walliser bergdorp dat zijn charme niet heeft verloren. Het beschikt ook over een zeer goed uitgebouwd netwerk van wandelpaden. Wandelen kan op alle mogelijke manieren. Door de velden en de bossen bereikt men de startpunten voor de Gommer Höhenweg, de Rottenweg en de Waldweg.
Ook voor fietsers is het dorp zeer interessant. Er zijn meer dan voldoende fietspaden die u in de gelegenheid stellen een veelzijdige en afwisselende toertocht te maken. Zowel geschikt als familietocht als voor meer sportievetocht. Elke fietser kan hier ruimschoots aan zijn trekken komen. Hoewel u natuurlijk uw eigen fiets mee kan nemen bestaat er ook de mogelijkheid om de fietsen hier ter plaatse te huren.
In de winter is het dorpje een gastgever voor Langlaufers en winterwandelaars. Maar natuurlijk ook zijn hier voldoende alpineskimogelijkheden. U kunt in de winter gebruik maken van een heel netwerk aan langlaufloipes en wandelwegen die goed onderhouden worden. Op deze manier kunt u van dorp naar dorp wandelen of langlaufen. Eventueel gecombineert met vervoer per bus of spoor.
Tip in Gluringen
Als u prijs stelt op een nederlandse hotelier dan is een bezoek aan het Hotel Wallisersonne wellicht iets voor u. Het hotel wordt gerund door Peter-Paul en Hilde van Broekhuizen. Zij heten u hartelijk welkom in hun hotel dat prachtig gelegen is in het Goms.

Hotel Walliser Sonne
Fam. Peter-Paul und Hilde van Broekhuizen
CH-3998 Gluringen Wallis Schweiz
Telefoon +41(0)27 973 41 00

Het hotel is gelegen op 1350 m aan de dorpsrand van dit nog authentieke Gomser bergdorpje. Het hotel is het gehele jaar geopend zodat u kunt genieten van de heerlijke rust van deze prachtige omgeving.
Vanuit het hotel kunt u prachtige passentochten maken waarvan u er enkele ook aantreft op de downloadpagina van mijn site. Het is namelijk niet ver van ons vakantieadres in 2001 gelegen. Deze route via Grimselpas, Sustenpas, Schöllenenschlucht, Furkapas is een geweldige tocht met vele vergezichten en prachtige dorpjes, bergweiden en gletschers. Rondom de Grimselpas kunt u ook nog vele attracties bezoeken die met het KWO Grimselstrom (waterkrachtcentrales die de stuwmeren op de pas verbinden) te maken hebben.
Naast deze passentocht kunt u ook nog een tocht ondernemen over de Nufenenpas, de Gotthardpas en de Furkapas. In Airolo heeft u nog zicht op hele oude delen van de Gotthardpasweg. Deze zijn te voet en per fiets voor een groot deel nog toegankelijk. Ook deze kunt u hier downloaden.
U geniet van een schitterend uitzicht over het dal van de nog Jonge Rhône en kijkt naar de toppen van onder andere de Galenstock en de Weisshorn. U bereikt in korte tijd de bron van de Jonge Rhône, de prachtige Rhônegletscher aan de Furkapas. Het is mogelijk om per postbus of trein naar Oberwald te reizen en aldaar de postbus naar Gletsch. Vanuit Gletsch vertrekken in de zomer stoomtreinen over de Furkapas langs de gletscher. De Glacier Express dankt zelfs haar naam aan deze gletscher.
Ideaal voor een rondje Gommer Höhenweg.
Nog een tip
Camping Restaurant Augenstern
Familie Kruit
CH-3998 Reckingen
Zwitserland
Tel: +41 (0)27/ 973 13 95
Fax: +41 (0)27/ 973 26 77

In Reckingen ligt een mooie camping. Ze ligt aan de oevers van de Rhône. De camping is in zomer en winter geopend. In de zomer is het een goede uitvalsbasis voor vele wandelingen in het prachtige Goms. Ook kunt u per MGBahn makkelijk naar andere startplaatsen reizen om aldaar uw wandeling te beginnen of te eindigen. In de winter beidt de camping uitgelezen kansen voor langlaufers en de liefhebbers voor alpine-ski. Bij de camping ligt een eigen restaurant met vele Walliser specialiteiten.
Een gemiddelde overnachting in de zomer kost voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen ongeveer € 25,- (SFR 41,30).
Niederwald
Via de plaatjes Biel, Selkingen en Blitzingen
bereiken we Niederwald. In dit eeuwenoude dorpje vind met vele
bezienswaardige huizen en stallen en een rijke barokke kerk.

Foto zomer 2001; Kerkje en doorblikje door het dorpje Niederwald
In Niederwald vindt u de eerste echte Gomser huizen die u een hele andere wereld laten zien. De wereld waarin Cäsar Ritz in 1850 werd geboren. De man die als grondlegger van het Ritzhotel grote bekendheid zo verwerven in binnen- en buitenland. In de winter kunt vanaf hier bijna ononderbroken langlaufen tot aan Oberwald toe. Maar als u van alpineski houdt zijn ook hier vele mogelijkheden. Opvallend is dat in het Goms vele huizen met de voorzijde naar de zuidoostzijde zijn gericht.
Bellwald
Al we verder reizen kunnen we bij station Fürgangen een
afslag nemen naar het noordelijk gelegen Bellwald. Het dorp heeft zich
sinds de aanleg van de weg in het begin van de jaren zeventig ontwikkeld
tot een zeer aantrekkelijk chaletdorp. Het is op 1600 m hoogte gelegen.
Een kabelbaan onderhoud een regelmatige verbinding met het station
Fürgangen.
Dit gebied heeft een heel zonnig klimaat. Daarom word Bellwald vaak
voorzien van de bijnaam "het zonneterras van het Goms". In het dorpje
zijn naast de oude boeren-barokke kerk nog vele oude huizen te vinden.
In het dorp zijn vele faciliteiten voor zowel het zomer als het
wintertoerisme. Zoals de kabelbaan met het station in het dal, de
kabelbaan naar de Steinbenkreuz (2500m) en vele restaurants.
Fiesch
We dalen verder naar het op 1050 m gelegen Fiesch. Het
dorp heeft uitzicht op de Fieschergletscher. Per kabelbaan kan men via
Kühboden op 2212 m naar de Eggishorn (2957 m). De grote Aletschgletscher
is hier ook eenvoudig te voet te bereiken. Over de gletscher kijkt men
naar de majestueuze bergtoppen in het Berner Oberland.
De hoogste toppen die eruit springen zijn:
- de Aletschhorn, 4195 m hoog
- de Finsteraarhorn, 4274 m hoog
- en de Jungfrau, 4158 m hoog.
Vanaf de Eggishorn zijn er ook diverse wandelmogelijkheden langs de
Aletschgletscher. U kunt bijvoorbeeld wandelen naar de Riederalp alwaar
u weer per kabelbaan terug kan keren in het dal.
In Fiesch eindigt het mooie Goms. U verlaat het zonnedal door een smalle doorgang door de bergen. Na het passeren van nog enkele dorpjes stroomt de jonge Rhone Brig binnen. Maar daarover leest u hieronder meer. Ik neem u nu mee naar de toegangspoort van het Goms. Het echte karakter van het Goms is in Fiesch niet goed meer zichtbaar omdat Fiesch zich heel erg heeft toegelegd op het toerisme.
Vele skiliften brengen de toerist omhoog naar de pistes. Terwijl onder in het dal de rode treinen zich een weg banen door het dal. Ook de beroemde Glacier Express komt hier langs. Een ware belevenis voor een ieder die van treinen en sporen houd.
Lax
Op een hoogte van nog steeds 1000 m bereiken we het
dorpje Lax. Hier is het mogelijk het Rhônedal te verlaten in zuidelijke
richting. U kunt dan via Ernen naar het Binntal.
Tip camping Giessen Binn
U bereikt de camping in Binn over een smalle bergweg. Onderweg moet u door een 2 km lange onverlichte tunnel. Na de tunnel komt u bij het dorpje Binn.
Camping Giessen
Fam. Guntern
Giessen
CH 3996 Binn
Tel +41 (0)27 971 46 19
Fax +41 971 46 27
info@camping-giessen.ch
www.camping-giessen.ch
Het Binntal is een zijdal van het Rhônedal. Het biedt u een prachtige natuur, een veelzijdige flora en fauna. Tevens is het dal bekend om zijn mineralen. Al sinds 1964 is het Binntal beschermd natuurgebied. Er zijn zo'n 150 km aan goed onderhouden berg- en wandelwegen.
De camping in de Weiler Giessen ligt op 2 km afstand van het schilderachtige dorpje Binn. Het ligt op 1450 m aan de oever van het ruisende water van de rivier de Binna. De camping ligt gedeeltelijk in het bos en is zo'n 3 ha groot. Er zijn warme douches en er is stroom. De camping is geopend van 1 mei tot 15 Oktober. De camping is geliefd bij wandelaars, botanici, verzamelaars van mineralen.
Gemiddeld kost een overnachting voor een gezin met twee kinderen en een caravan ongeveer € 19,- (SFR 31,-)
Ernen
Na het verlaten van de doorgaande weg naar Brig klimt de
weg naar het iets hoger gelegen Ernen. In de oude dorpskern treft u
diverse bezienswaardigheden aan.
In 1979 ontving Ernen de Henry-Louis Wakker-Prijs voor het mooi en goed
behouden gebleven dorpskarakter. Zo staat er een monument dat
herinnert aan de Zwitserse kardinaal Matthaeus Schiner (ca 1465 - 1522)
die ervoor zorgde dat de paus een Zwitserse lijfwacht kreeg. Hij werd
geboren in het nabije Mühlebach. Mühlebach staat erom bekend de oudste
dorpskern te hebben in houtbouw.
Ook staat er een van de mooiste kerken uit de wijde omgeving, de St
Georgkerk uit 1518. In de kerk bevind zich een rococo-altaar uit 1761,
naast allerlei andere altaren en vele beelden die het bekijken meer dan
waard zijn.
Op een heuvel tussen Ernen en Mühlebach staat nog een galg. Deze bestaat
uit drie zuilen en er werd in 1798 voor het laatst een veroordeelde
opgehangen. Daarnaast is er de oudste muurschildering te vinden van de
Wilhelm Tell-saga.
Ernen staat ook al meer als 25 jaar bekend als "Ernen Musikdorf". Dit
omdat er jaarlijks meerdere concerten plaatsenvinden met groten uit de
klassieke muziek en ook vinden er internationale muziekwedstrijden
plaats.
In de zomer is Ernen te ontdekken te voet, op de fiets of vanaf de rug
van een muildier. Ook kan men zich uitleven in een zogeheten Nordic
Walker Groep. In de winter is het skigebiet "Ernergalen" erom bekend de
beste sneeuwcondities te hebben tot in het late voorjaar. Met behulp van
4 liften worden de gasten zonder wachttijden naar 2292 m hoogte
gebracht. Als men kiest voor een gecombineerde skipas Aletsch/Ernergalen
dan staan 100 km pisten tot uw beschikking.
Binn
Vanuit Ernen gaat de weg omhoog naar Binn. U passeert
onderweg een 2 km lange onverlichte tunnel waar het water van het
plafond naar beneden druipt. Het kleine dorpje Binn ligt aan het
riviertje de Binna en een oude steile ronde brug verbind de beide
oevers. Binn telt slechts 200 inwoners. Het is een zeer geliefd
startpunt voor wandelingen in de zomer en het wordt ook druk bezocht
door geologen en steenzoekers.
In de omringende bergen kunt u vele kristallen vinden, zoals:
- kleurloze bergkristallen
- rode granaten
- paarse amethisten
- en dat is dan nog maar een kleine greep uit de vele mineralen die hier te vinden zijn .
Het grootste kristal dat er ooit is gevonden is een bergkristal van
35 kg. Granaten, Amethisten en bergkristallen zijn allen een variëteit
van kwarts. Een zeer bekende vindplaats is de steengroeve bij Imfeld, Grube Lengenbach. Er
worden vanuit Binn ook heel vaak mineralogische excursies georganiseerd. Ook is er een geologisch leerpad dat naar de groeve voert.

Foto uit de oude doos. Binn zoals het vroeger was. Foto Landschaftspark Binntal.
Voor wandelaars is Binn en het Binntal een oase van rust en ruimte. Er zijn zoveel mogelijkheden om te wandelen dat een keuze maken soms moeilijk is. Er zijn een tweetal hutten hoog in de bergen gelegen waar men kan overnachten, de Mittlebärghütte en de Binntalhütte. Ook een bezoek aan het Landschaftspark Binntal is meer dan de moeite waard net als het Parco Naturale Veglia-Dévero dat net over de grens in Italië ligt. Ook bij Alpe Dévero ligt een berghut waar men kan overnachten.
Tot slot loopt er een regelmatige busdienst Bus-Alpin Postauto Rufbus Binntal. Hiermee kunt u start- of vertrekpunt verleggen zodat u meer mogelijkheden heeft om te wandelen.
Betten

Foto zomer 2001; Kerkje van Betten en op de achtergrond de grote gondel naar de Bettmeralp
We vervolgen de reis langs de jonge Rhône richting Brig.
Nadat we Lax hebben verlaten komen we in Betten. Het station Betten ligt
direct langs de doorgaande weg vlak voor het beroemde Nussbaumviaduct.
Een grote parkeerplaats bij het station is noodzakelijk omdat van hier
ook de gondelbanen naar de Bettmeralp vertrekken. Een gondel gaat
rechtstreeks naar de Bettmeralp de andere heeft een tussenstation in
Betten Dorf.
Een kleine oude kern met vele houten huizen en als poppen verkleedde
brandweerkranen.

Foto zomer 2001; Betten-Dorf. De brandweerkranen zijn hier tot poppen omgetoverd. Zeer tot tevredenheid van onze Glenn.
Overal zijn wandelroutes en fiesroutes aangegeven die u begeleiden op uw verkenning van dit prachtige gebied.
Bettmeralp
Met de gondelbaan klimt u naar ongeveer 2000 m hoge Bettmeralp. Een autovrij vakantiedorp waar men prachtig uitzicht geniet
op de bergen. In de winter is het een sneeuwzekere vakantiebestemming
voor de liefhebbers van de skisport.
Voor de wandelaar zijn de mogelijkheden legio in de zomer. Een groots
uitgebouwd netwerk van wandelwegen is in de bergen aangelegd en voert u
naar bijv de Märjelensee, de Aletschgletscher of de Bettmerhorn of
Eggishorn. U kunt natuurlijk te voet gaan, maar u kan ook gebruik maken
van de vele gondelbanen of stoeltjesliften die u graag een eindje
hogerop brengen. Een van de meest bijzondere wandelpaden is wel het
Murmeltierlehrpfad waar u alles over de alpenmarmotten kunt ontdekken.
In de winter is de Bettmeralp onderdeel van het prachtige skigebiet
Aletsch. Hier staan 100 km pisten tot uw beschikking naast
langlaufloipen en een ijsbaan. Tevens is er voor de wandelaar een
netwerk van 15 km geruimde wandelpaden.

Foto zomer 2001; Dorpsgezicht Bettmeralp
Hoewel de Bettmeralp de laatste jaren groter is geworden blijft het een fantastisch vakantiedorp waar voor elk wat wils is.
Mörel
Nadat we Betten weer hebben verlaten komen we
uiteindelijk in Mörel. In Mörel treft u net als in Betten een grote
parkeerplaats aan omdat u van hieruit de autovrije Riederalp kan
bereiken. Vanuit het dorpje kunt u tijdens wandelingen genieten van de
prachtige flora en het uitzicht op de Aletschgletscher. Tussen 750 m in
het dorp en 2600 m op de berg zijn talrijke wandelmogelijkheden in de
zomer. In de winter is het eveneens een lustoord voor de wintersporter.
Ook is zwitserse kuuroord/bad Breiten hier eenvoudig te bereiken. In het
genezende water van de bron is het aangenaam tot rust komen bij een
watertemperatuur van 33 graden.
Riederwald/Riederalp

Foto zomer 2001; Blik op de Riederalp vanuit de electrobus
We parkeren de auto en nemen een van de gondels naar de
Riederalp op 1925 m hoogte aan de voet van de Aletschgletscher. U kunt
wandelingen maken in het Aletschwald of een tocht maken onder
begeleiding van gids over de gletscher. U kunt ook wandelen naar het
prachtige meertje Blausee, dat vanuit een gondelbaan goed te zien is.
Het is eventueel ook mogelijk te parkeren in Rieder-Mörel van waar
eveneens een gondel naar de Riederalp vertrekt. Net als op de Bettmeralp
mogen hier geen auto's komen. In de zomer is er een busverbinding met
een electrobus tussen de Riederalp en de Bettmeralp.

De electrobus uit Riederalp op weg naar het centrum op de Bettmeralp
De mogelijkheden van de gondels zijn zeer uitgebreid. Zo is het mogelijk
met de ene gondel omhoog te gaan en met een andere gondel weer terug te
komen in Riederalp.
Riederfurka
Een klein dorpje dat wandelend vanaf de Riederalp te
bereiken is. Riederfurka is vooral bekend om de "Villa Cassel" welke in
1902 werd gebouwd door de engelsman Sir Ernest Cassel. Het gebouw is
sinds 1976 het centrum van de Zwitserse Natuurbescherming.
Het is het eerste ecologische centrum in Zwitserland. De
tentoonstellingsruimten geven een inzicht in de vele biologische en
fysisch-geografische verschijnselen in het gebied rondom de
Aletschgletscher.
Villa Cassel is geopend van half juni-half oktober, dagelijks van
10.00-17.00 uur
Rond 1906 ontstonden de eerste geluiden tot bescherming van het Aletschwald. Toch zou het nog tot 1933 duren voor het tot een effectieve bescherming van dit gebied zou komen. Reden voor de bescherming van het gebied was de overbeweiding en de houtkap in het gebied. In 1933 werd het gebied gepacht van de gemeente Ried-Mörel die officeel eigenaar is van het gebied.
Sindsdien staat het Aletschwald van ruim 330 ha groot onder natuurbeschermingsbeheer. Hieronder vallen ook de ruige bosvrije Grat van de Hohflue en Moosflue. Het gebied grenst aan de gletsjermorenen. Door de zich terugtrekkende gletsjer vergroot het beschermde gebied zich constant.
In 1999 werd aan het gebied nog eens meer als 100 ha waardevol bergbos toegevoegd uit het zogeheten "Teiffe Wald". Dit subalpine bos vol lariks en arve was een bijzondere aanwinst voor het gebied. Het geheel werd betaald door talrijke giften en donaties van de Schoggitaler-Aktion van 1999.
In het beschermde gebied zijn dagelijks twee boswachters onderweg om de bezoekers uitleg te geven over de flora en fauna in het gebied.
Breiten
Vlak boven Mörel ligt het kuuroord Breiten. Het is hier
mogelijk te baden in de openlucht en in het overdekte Solbad in de
zouthoudende warmwaterbronnen welke een aangename temperatuur hebben van
33 graden Celsius
Brig

Foto zomer 2001; Kerkje in het Rhônedal daar waar nauwelijks ruimte is voor de rivier, de weg en de spoorlijn heeft men toch kans gezien dit kerkje te bouwen.
Tot slot bereikt men aan het einde van het Goms de nauwe
doorgang met de tussen het spoor en de weg ingeklemde Hohenfluhkerk uit
1734. Hier staan zeer mooie barokke altaren. Helaas is het niet meer
mogelijk de kerk te bezoeken omdat in het verleden enkele beelden uit de
kerk zijn ontvreemd.
Tip camping Ried-Brig
Camping Tropic ligt aan de oude Simplonpasweg in Ried-Brig net buiten het centrum van Brig. Het is een prachtige camping met plaatsen in een boomgaard en op een open weide. Op de receptie van de camping wordt in het hoogseizoen Nederlands gesproken. Naast de camping is een restaurant gelegen.
Camping TROPIC
Familie Vandyck-Gasser
3911 Ried-Brig
Telefon +41 (0)27 92 325 37
+41 (0)27 92 426 76
Natel +41 (0)79 21 94 669
Telefax +41 (0)27 923 88 05
De camping is een prachtige uitvalsbasis voor het maken van wandelingen rondom de Simplonpas. Ook kunt u vanaf hier makkelijk een dagtocht naar bijvoorbeeld Zermatt of Saas Fee maken.
Een gemiddelde overnachting op de camping kost voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen met auto en caravan ongeveer € 19,- ( SFR 31,-).
terug naar boven
Stadt Brig
Voordat ik wat over het huidige Brig ga vertellen neem ik u mee in de geschiedenis van de plaats. Niemand weet precies wanneer de plaats nu werkelijk ontstaan is. De eerste tekenen van bewoning stammen uit de bronstijd en de La-Téne-Epoche volgens archeologische vondsten die zijn gedaan. Omvangrijke vondsten zijn gedaan op aan de Gliserzijde. Uitgebreide opgravingen zijn gedaan in de Waldmatte in Gamsem. Deze vertellen ons dat de plaats hoogstwaarschijnlijk zijn onstaan heeft in de tweede helft van de 7de eeuw voor Christus. Voor en in de Romeinsetijd is de plaats aanmerkelijk vergroot. Later werden nog verschillende fases ontdekt waarin de plaats zich heeft ontwikkeld.
In 1215 verschijnt voor het eerst de naam Brig in een oorkonde. In deze tijd zouden ook de eerste huizen van Brig zijn ontstaan. Uit de 14de eeuw stamt de Landmauer in Gamsen. Het is een verdedigingswerk dat de stad moest beschermen.
De warmwaterbronnen van Brigerbad zijn al sinds de Middeleeuwen bekend. Halverwege de 15de eeuw werden deze echter door een lawine verstoort en ontoegankelijk. In 1471 werden de bronnen opnieuw vrijgelegd en kon men er weer baden.
Aan het begin van de 16de eeuw werd Brig de hoofdplaats van de gelijknamige "Zenden" en vestigingsplaats van het "Zendengericht". In 1690 besloten de gemeenten Holz, Glis en Gamsen samen te gaan. De kerk in Glis werd aan het begin van de 17de eeuw verder uitgebouwd door de belangrijke bouwmeester Ulrich Ruffiner. En in de 18de eeuw volgende een uitbouw door de gebroeders Bodmer. Bij opgravingen die in 1984 gedaan werden in de kerk vond men sporen van een landelijke doopkapel uit de vroegste tijd van het christendom in Wallis.
De 17de eeuw staat verder geheel in het teken van Kaspar Stockalper von Thurm (1609 - 1691). Hij liet onder andere het Stockalperpalast, de Sebastianskapelle, het Jesuitenkollegium met bijhorende kerk bouwen. Bouwwerken die tot op heden het stadbeeld bepalen. Ten tijde van Stockalper werd Brig tot het opleidingscentrum van de regio. Verder bedreef Stockalper de handelsroute over de Simplonpas, de Stockalperweg. Het transitverkeer over een van de belangrijkste noord-zuidroutes in de Alpen brachten de stad aanzien en welvaart.
Het Stockalperschloss bestaat uit drie delen. Het oude Stockalperhaus, noordelijk van het Stockalperpalast diende als woonhuis voor Kaspar Stockalper von Thurm. Het handelshuis, het Stockalperpalast werd gebouwd tussen 1658 en 1678. Als hij in zijn testament van twee paleizen spreekt, dan spreekt hij van de driedelige eenheid met betrekking tot de maan, de sterren en de zon als ook met betrekking tot de drie heilige koningen, met Kaspar, zijn naamspatroon, als hoofdtoren op het slotterrein. De beide andere torens zijn vernoemd naar Melchior en Baltasar. Tussen het woonhuis en het handelshuis bevindt zich de huiskapel voor de heilige koningen met een zilverenaltaar van de Augsburger zilversmid Samuel Hornung.
Na diverse renovaties kwam het Stockalperpalast in 1948 in bezit van de gemeente Grig. Door het oprichten van de "Schweizerischen Stifftung für das Stockalperpalast" werd een grondige noodzakelijke renovatie mogelijk. Deze vond plaats tussen 1956 en 1961.
Aan het begin van de 19de eeuw werd door Napoleon een straat aangelegd over de Simplon. Deze historische weg werd bij de bouw van de Nationalstrasse in de 20ste eeuw vergaand verstoord.

Foto zomer 1995; de oude romeinse brug die nog bewaard is gebleven. Hij is in de jaren negentig helemaal gerestaureerd.
Foto zomer 1995; Vanaf de oude brug van de tijd van Napoleon, de nieuwe Simplonbrug gefotografeerd. Deze werd in de jaren 80 van de vorige eeuw gebouwd.
In 1878 wordt Brig door het spoor ontsloten met een verbinding in westelijke richting. In 1906 opende de eerste tunnelbuis door de Simplonpas en kon het treinverkeer doorrijden naar Domodossola (I). In 1913 werd de Lötschbergrampe van de BLS geopend en in 1926 volgende de aansluiting per spoor met het Goms.
In 1972 fuseerden de gemeenten Brig, Glis en Brigerbad tot de huidige stadgemeente Brig-Glis. Na de fusie heeft de gemeente zich sterk ontwikkeld. In 2002 telde het 11.696 inwoners. Het laagste punt van de gemeente ligt op 678 m boven de zeespiegel terwijl het hoogste punt in het noordelijke Simplongebied gelegen is op 2737 m., de top van de Spithorli.

Foto zomer 2001; Het stationsgebouw in Brig
Brig heeft zich ontwikkeld tot het dienstencentrum van het duitstalige Oberwallis. In deze rol is het gegroeid sinds de opening van de eerste Simplontunnel in 1906 waarmee Brig aansluiting kreeg met het europese spoorwegnet. Vooral in het begin van de 20ste eeuw ontwikkelde het goederenvervoer per spoor zich. Ook ontstond het virtuele station van de Zwitserse spoorwegen in Brig. Hier werkten in 2004 meer als 250 personen.

Foto zomer 2001; Noordportalen van de Simplontunnels. De oudste werd al in 1906 geopend.
Ook op het gebied van scholing heeft de stad zich enorm ontwikkeld. Zo is er de Kantonale Mittelschule welke kan bogen op de traditie van het 300 jarige Jesuitenkollegium. Tevens is er een pedagogische Hochschule en een Fernuniversität/fachhochschule gevestigd. Tot slot is er ook nog een internationaal universiteitscentrum voor Hotelmanagement, dit is een private onderneming.
De toeristische sector doet het ook goed. Het aantal overnachtingen in de gemeente blijft nog altijd toenemen. Dit is te danken aan de centrale ligging waarbij men vele mogelijkheden heeft het Oberwallis te verkennen. Het is ook een prachtige uitvalsbasis voor bezoeken aan Italië of Tessin. Vanuit Brig bereik je in 3 uur Disentis met de Glacier Express, of in 1,5 uu Locarno via de Centovalli, of in 2 uur het Lago Maggiore, of in 1,5 u de Matterhorn, of Chamonix in 2 uur en het Lac le Man ook in 2 uur.
100 jaar na de bouw van de Simplontunnel is een nieuw spoorwegtijdperk begonnen. De opening van de NEAT Lötschberg verbinding zorgt ervoor dat men 40 min sneller van noord naar zuid kan reizen of terug. Daarnaast is in de herfst van 2002 het eerste autobaantracé in Oberwallis in gebruik genomen.
Bezienswaardigheden in de stad:
- Alte Post; Een in 1897 gebouwd gebouw. Op het dak bevindt zich een lantaren die als aansluiting voor de telefoonleidingen diende. Het eerste posthuis in Brig met telefoon.
- Perrighaus; In 1905 in stijl van de Historismus gebouwd dat in 1961 is gerenoveerd. De torens heten Liefde, geloof en hoop.
- Brutsche Haus; Muur en kelder stammen uit de 13de eeuw. Het gebouw is gebouwd door Hans Schmid in 1518. De tweede verdieping is gebouwd door de gebroeders Gretz in 1786
- Sebastianskapelle; In 1636/37 gebouwd de Prismeller Bouwmeester Bodmer. De klokkenstoel en klokken stammen uit het jaar 1880. Het altaarbeeld is van Lorenz Justin Ritz in 1837
- Cathreinhaus; waarschijnlijk het oudste huis in Brig uit 1263. In 1539 uitgebouwd tot handels- en woongebouw.
- Stadturm mit Portal; Stamt uit de 15de eeuw
- Wegenerhaus; Door de familie Wegener-Kuonen in 1680 gebouwd.
- Altes Stockalperhaus; Rond 1532 gebouwd op de fundamenten van een ouder gebouw door Peter Stockalper gebouwd. Tussen 1640 en 1660 verder uitgebouwd door Kaspar Stockalper en voorzien van een kapel
- Stockalperschloss; Tussen 1658 - 1678 gebouwd door Kaspar Stockalper von Thurm, diende als handelshuis met een prachtige binnenplaats die tegenwoordig nog voor festiviteiten wordt gebruikt. Drie torens naar de drie heiligen vernoemt. Rondleidingen mogelijk
- Antoniuskapelle; waarschijnlijk in 1304 gebouwde kapel. Voor het laatst gerestaureerd in 1999
Foto zomer1995; Een doorkijkje in het oude Brig
Grimselpas
De pashoogte is 2165 m. en de maximale steiging 11%. De pasweg is gelegen in de kantons Bern en Wallis en ze loopt van Innertkirchen (BE) naar Gletsch (VS). Hiermee vormt ze de verbinding van het Haslital (BE) met het Goms (VS). De pasweg is in totaal 32 km lang.

Foto zomer 2001; Gletsch is nog niet zichtbaar maar de pasweg is hier goed te zien tegen de berg omhoog.
De pasweg bestaat sinds 1894. Vanaf gletsch bereikt men de pashoogte via een lint van haarspeldbochten die u in zeer korte tijd omhoog voeren naar 2165 m.

Foto zomer 2001; Grimselpashoogte

Foto zomer 2001; Prachtige panoramaopname waarop de toppen mooi zichtbaar zijn.
Foto zomer 2001; Blik op de afdaling naar Innertkirchen
Op de pashoogte is ook de Totensee gelegen. Dit meer wordt zo genoemd omdat het 9 maanden van het jaar is dicht gevroren. In de zomer spiegelen zich in het wateroppervlak de toppen van onder andere de Finsteraarhorn, de Oberaarhorn, de Wetterhorn, de Schreckhorn en de Agassizhorn.
De Grimselpas staat in het teken van de stroomvoorziening. De hoge toppen met hun gletsjers zorgen gedurende de gehele zomer voor een constante toevoer van water. Dit water wordt in grote (kunstmatige) stuwmeren opgevangen en gebruikt voor het opwekken van energie. De KWO, Kraftwerke Oberhasli AG bouwde in 1925 de eerste stuwdam op de Grimselpas. De grootste ter wereld op dat moment.
De KWO is heel erg open voor publiek. Op vele plaatsen bent u als toerist dan ook van harte welkom om een bezoek te brengen aan de werken van de KWO. Voor wie een eenvoudig bezoek niet volstaat bestaat de mogelijkheid om per mountainbike af te dalen in de gangenstelsels of om van de stuwmuur te afseilen.
Ook voor de treinliefhebbers heeft de Grimselpas wat te bieden. Zo is er de steilste standseilbahn, de Gelmerbahn, met een steigingspercentage van 106 %. De adem blijft u steken bij de aanblik van deze geweldige baan. In de jaren 20 van de vorige eeuw was de aangelegd als werkspoor voor de bouwplaatsen aan de Gelmersee.
Nadat u met de Gelmerbahn naar de Gelmersee bent gereist kunt u een prachtige wandeling rond dit meer maken. Deze duurt zo'n 1 uur en 3 kwartier. Of u kunt vanaf het bergstation naar de Gelmerhütte wandelen. Deze SAC-hut is te bereiken in zo'n 2 uur. Vanaf de Gelmersee kunt u ook te voet afdalen naar Handegg in zo'n 1 uur en 3 kwartier. U kunt er eventueel voor kiezen om halverwege met de postbus terug te reizen naar Handegg. In Handegg vindt u ook een prachtige kletterroute aan de Handeggfluh.
Voor de avonturiers is er de Triftbrücke. De langste spanbrug in de Alpen met een lengte van 102 m. Als eerste is er de Triftbahn die voert u vanaf het dalstation op 1020 m naar het bergstation op 1357 m.. Natuurlijk kunt u ook wandelend het bergstation bereiken. Deze wandeling duurt ca 2 uur. Vervolgens loopt u van het bergstation naar de Windegghütte in zo'n 1,5 uur. Deze hut ligt op 1887 m.. Vanaf de Windegghütte bereikt u in ca 20 minuten de Triftbrücke. Een geweldige alpine route loopt van de Winegghütte naar de Trifthütte op 2520 m.. Ook een prachtige wandeling kan gemaakt worden van Guttannen via Furtwangsattel naar de Windegghütte. Een dagwandeling van zo'n 6 uur. Vanuit Guttannen naar de Trifthütte is een dagmars van ca 9 uur.
Zelf heb ik deze wandeling vanuit Guttannen gemaakt naar de Trifthütte en terug. Een adembemende wandeltocht. Natuurlijk is een goede uitrusting en een goede conditie vereist, maar u krijgt er heel wat voor terug. Vooral de zonsondergang en zonsopgang bij de Trifthütte zijn geweldig.
Er bestaan van juni tot oktober, van zondag tot woensdag en in juli en augustus dagelijks rondleidingen over de Grimsel. U start bij het hoofdkantoor van de KWO en de rondleiding duurt ca 4 uur. De bezichtiging wordt afgeraden voor kinderen onder de 12 jaar. U reist per bus naar de pashoogte, Grimsel Hospiz. U brengt een bezoek aan de stuwmeren en krijgt een rondleiding ondergronds door een waterkrachtcentrale, daarnaast kunt u het Kristallkluft Gerstenegg bezoeken. Vertrek is 13.15 u. De kosten voor deze rondleiding bedragen voor volwassenen 18 euro, voor kinderen van 6 - 16 jaar 13 euro. Elke twee jongere binnen de familie is gratis.
Terug naar de pasweg. Als u gaat afdalen naar Innertkirchen dan gaat dat een stuk geleidelijker als aan de Walliserzijde van de pas. De ruigten en vergezichten zijn prachtig. Op 1309 m hoogte staat een van de beroemste waterkrachtcentrales van de KWO. U bereikt uiteindelijk Guttannen op 1057 m.. Vanaf hier wordt het dal vriendelijker en kunt u zich vergapen aan de hazelnootstruiken die hier staan. De grote hoeveelheid van deze struiken hebben het dal haar naam, Haslital, gegeven.
terug naar boven
De Nufenenpass, Passo dello Novena

Foto van de pasweg komende vanuit Wallis. zomer 2007.
De Nufenenpass verbindt het Wallis met Tessin. De kantonale grens ligt op de pashoogte. In 1981 werd een steen op de grens geplaatst. Aan de Walliserzijde van de pasweg wordt dan ook Duits gesproken, terwijl aan de andere kant van de pashoogte, in Tessin, de voertaal Italiaans is.

De pasweg is alleen gedurende de zomer maanden geopend, meestal vanaf Pinksteren zo eind mei/begin juni. Dit heeft vooral te maken met de hoeveelheid sneeuw die er nog op de pas ligt. De pasweg is aangelegd om een stuwmeer aan te leggen onderaan de Griesgletscher. Verder heeft ze alleen een toeristische functie. Over de pas liep vroeger een "Saumpfad".

Foto zomer 2007. Griesgletscher gezien vanaf de Nufenenpashoogte.
De nabijgelegen Griespass was lange tijd een veelgebruikte handelsweg tussen Wallis en Noord-Italië. Het was een druk gebruikte route voor handelaren en pelgrims. De route werd gebruikt door Romeinen en Walser. De Saumweg werd daarnaast ook door pelgrims gebruikt. De Griespas werd zelfs in de winter gebruikt als handelsroute. Zo is bekend dat op 26 december 1546 een transport plaatsvond vanuit Promat naar het dorp Ulrichen. Met 6 ossen en op sleeën werden wijn, honing en kastanjes vervoerd.
De route over de Griespass werd tot voor iets meer dan een eeuw geleden nog dagelijks gebruikt door handelaren met 100 paarden. Aan het begin van de twintigste eeuw werd de route ook nog wel als smokkelweg gebruikt voor het smokkelen van tabak, koffie en andere genotsmiddelen.
Ook tegenwoordig wordt de route nog veel gebruikt. Jaarlijks vindt er meestal begin augustus het Passfest plaats. In 2008 is dit 20 en 21 augustus. Zie ook Sbrinz-Route. Ook voor pelgrims is de route nu nog belangrijk. In 1687 werd er de Kapelle Zum Loch gebouwd, welke in 1728 nog werd uitgebouwd. De kapel was gewijdt aan de bescherming door de heilige Anna. De Griespass maakt deel uit van de handelsroute van Luzern naar Domodossola. Momenteel ben ik nog op zoek naar meer informatie over deze bijzondere handelsroute.
De pashoogte van de Nufenenpas ligt op 2478 m. Ze is daarmee de hoogste alpenpas die in Zwitserland met de auto bereden kan worden. In 1969 werd de weg doorgetrokken van het stuwmeer naar de Nufenenpashoogte. Al in 1971 werd het zelfbedieningsrestaurant op de pas geopend. De Nufenenpasweg is ook de jongste pasweg die is aangelegd in Zwitserland.

Foto zomer 2007. De toegang naar de Nufenenpas vanauit Airolo. Op de achtergrond tegen de berg ligt de Gotthardpasweg.

Foto zomer 2007. Het mooie Valle Bedretto

Foto Zomer 2007. Pashoogte van de Nufenenpas

Foto Zomer 2007. Blik vanaf de pashoogte op de bergen in Wallis. In de verte in de wolken Jungfrau, Eiger en Monch.
De Nufenenpas is ook beschreven in mijn zomerreisverslag van 2007. Hier kunt u nog meer geweldige foto's over deze pasweg bekijken.
terug naar boven
De Aareschlucht
Vervolgens daalt u verder af naar Innertkirchen. Hier kunt u de Sustenpas beklimmen of verder afdalen naar Meiringen. Tijdens de afdaling naar Meiringen passeert u de prachtige Aareschlucht. Deze is geopend van begin april tot 1 november. In juli en augustus wordt de schlucht 's avonds van 21.00 u tot 23.00 u verlicht. Vanaf de westelijke ingang is circa 2/3 deel van de schlucht rolstoelgeschikt gemaakt. U kunt bij de Aareschlucht gratis parkeren.
Het aletschgebied
Het Aletschgebied ligt voor een groot deel in het kanton Wallis. Met dominerende toppen is ze een prachtig stuk natuur met daarin de allesbepalende Aletschgletscher die een lengte heeft van zo'n 23 km. Tot het Aletschgebied behoren:
- Brig am Simplon
- Belalp - Blatten - Naters
- Riederalp
- Bettmeralp
- Fiesch
- Mörel - Breiten
- Het Goms
Het unieke gebied werd op 13 december 2001 als onderdeel van het Jungfrau - Aletsch - Bietschhorn - Gebied met een besluit van het werelderfenis-commitee van de Unesco opgenomen als Unesco Welterbe.
Hieraan ten grondslag lag het Zwitserse besluit van 28 juni 2000 om het gebied op te nemen op de lijst van wereldnatuurerfenissen. De grenzen van het gebied werden vastgelegd in intensieve discussies met de plaatselijke bevolking en de bet27.09.2009 16:41chhorn is zo bijzonder door zijn buitengewone schoonheid en veelzijdigheid. De geschiedenis van het gebied gaat terug tot in de ijstijden waarin het gebied werd gevormd met haar gletsjers en morenen. Grond voor de enorme rijkdom aan planten en dieren ligt bij het hoog-alpine öko-systeem, de rotssteppen en de eeuwenoude cultuurlandschappen.
In het gebied groeien vele zeldzame planten en leven even zo zeldzame diersoorten. In de toekomst hoopt men ook dat men weer ruimte kan bieden aan uitgestorven rassen zoals bijvoorbeeld de Bartgeier.
De Aletschgletscher

Foto zomer 2001; Blik op de Aletschgletscher vanaf Moosfluh

Foto zomer 2001; Onze Gavin met op de achtergrond de gletscher en de Konkordiaplatz.
Foto zomer 2001; Het uitzicht deze kant op is helaas niet zo goed als over de gletscher. Toch krijgen we een aardig beeld van alle toppen die je vanaf hier kan zien. De uitlegtafel verschaft nog meer informatie over de namen van de toppen.
Vanaf vakantiedorpen als Rosswald heb je als je richting het Binntal loopt bijvoorbeeld via de Saflischpas een prachtig zicht op de Aletschgletscher. Wil je hem dichterbij bekijken dan zul je vanaf Bellwald, Riederalp of Bettmeralp op stap moeten gaan.
Voor de minder geoefende wandelaars zijn er vele mogelijkheden om met gondelbanen naar grotere hoogtes te gaan vanaf waar men een prachtig uitzicht heeft op deze gletscher. Een ervan heb ik in 2001 zelf gebruikt. De gondel van Riederalp naar Moosfluh.
Ruim 23 km lang is deze Aletschgletsjer. Een dominante verschijning in het Alpenlandschap. Rondom deze ijsstroom heeft zich een veelzijdige flora en fauna ontwikkeld. Zeldzame planten zorgen er in de morenen voor dat zich hier later weer bos kan ontwikkelen. De gletsjer bestaat uit zo'n 27 miljard ton ijs. De oorsprong van deze langste gletsjer uit de Alpen ligt in het rond 4000 m hoge gebied van de Jungfrau-Regio. Ze wordt verder gevoed door de toppen van onder andere de Jungfrau, de Mönch en de Fiescherhörneren.
Die enorme firngebieden, het grote Aletschfirn, het Jungfraufirn en het Ewigschneefirn voeden de gletsjer te samen met het veel kleinere Grüneckfirn. Ter hoogte van de Konkordiaplatz komen allen te samen. Hier bereikt de gletsjer een ijsdiepte van wel 900 meter. Hier vandaan glijdt de ijsstroom met een snelheid van 180 m per jaar in de richting van het Rhônedal. De gletsjertong ligt op een hoogte van 1560 m., ver onder de boomgrens dus.
In het Aletschwald dat al sinds 1933 beschermd natuurgebied is, treft u de oudste bomen van Zwitserland aan. Meest bijzonder is de Arve. Ze groeit slechts zeer langzaam en kan daarom wel 800 jaar oud worden. Deze Arve is de meest voorkomende boomsoort in het Aletschwald. Via het natuurleerpad dat hier is aangelegd kunt u veel leren over de planten en dieren en hun leefomgeving.

Foto zomer 2001; blik op de gletsjer vanaf Moosfluh. De gletsjer met de telelens dichterbij gehaald.
Vanaf Moosfluh lijkt de gletscher een levenloze massa ijs. Slechts het ruizende smeltwater herinnert de mens eraan dat de zo stille gletsjer bij nader inzien toch heel levendig is. Door de klimatologische veranderingen trekt de gletsjer zich steeds verder terug. Gemiddeld trekt de gletsjer zich elk jaar zo'n 30 m terug. In verschillende hete zomers werden wel eens terugtrekkingen van wel 90 m bereikt. In totaal is de Aletschgletsjer de afgelopen 110 jaar ruim 2 kilometer korter geworden en dat is zelfs voor een imposante gletsjer als de Aletschgletsjer goed zichtbaar.
U maakt zich nu zorgen dat de Aletschgletsjer gaat verdwijnen? U vraagt zich nu ook af of de klimatologische veranderingen en menselijke handelingen dit veroorzaken? Ja, dan heeft u zich dezelfde vraag gesteld als ik. Daarom ben ik verder gaan speuren naar informatie hierover en kan u daarom het volgende mededelen. De gletsjer is door de eeuwen heen altijd aan beweging en verschuiving onderhevig geweest. Ze werd zowel kleiner als veel en veel groter.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de gletsjer in de middeleeuwen en ook in de 19e eeuw van tijd tot tijd gigantisch vooruit is geschoven. Soms zelfs zo snel dat bewoonde dorpen in gevaar kwamen om door het ijs bedekt te worden. Omgekeerd geldt hetzelfde. Fondsten van zo'n 3200 jaar oud tonen aan door middel van historische boomwortels in de huidige ijsrand van de gletsjer, dat er nog niet zo'n lange tijd geleden bomen groeiden waar de gletsjer zich nu bevindt. De gletsjer moet toen dus vele malen kleiner geweest zijn dan nu het geval is.
Toch is dat alles niet zo normaal als het lijkt. Want niemand kan uitsluitend dat het smelten van de gletsjers in Zwitserland geen gevolg is van de opwarming van de aarde onder invloed van de mens. Vele kleine gletsjers zijn nu verdwenen, maar wie weet komen ook zij ooit weer terug. Maar aan de andere kans is ook de kans groot dat in de tweede helft van de 21ste eeuw alle gletsjers grotendeels zullen verdwijnen, iets dat alle gegevens van de laatste 10.000 jaar zal overtreffen.
Hoewel ik de wandelingen nader zal proberen te beschrijven op de pagina Wandelen in Wallis, zal ik hier toch ook een aantal wandeltips toevoegen:
- De Gletscherweg Aletsch (5-7 uur) Gondelbaan bergstation Eggishorn dan naar de Märjelensee en terug over de Bergweg over Biel - richting Moosfluh - Bettmeralp - Fiesch
- Massaweg (2 u 45); wandelweg die het gat sluit tussen de BLS-Südrampe en de Gommer Höhenweg. Uitgangspunt is Blatten. Dan door de Massaschlucht over een nieuw gesprongen wandelpad naar Ried-Mörel
- Unesco Höhenweg (3 uur ); Eggishorn - Bettmerhorn. Wandeling over de Grat van het bergstation Eggishorn naar het bergstation Bettmeralp. De route is wit-blauw-wit gemarkeerd en goed te bewandelen voor de tredzekere wandelaar.
- Gogwärgiwäg (2,5 uur) Fiescheralp - Fiesch De historische "Herrenweg" kenmerkt zich door de zogeheten Gogwärgi-Platzjini, deze kunstige met de handgemaakte houten dwergen maken deze wandeling tot een lust voor elke familie met kleine kinderen.
- Fiescheralp - Eggishorn (2,5 uur)
- Fiescheralp - Tälligrad - Märjela - unteres Tälli - Fiescheralp (3 u 50 min)
- Eggishorn - Märjelensee - Platta am Aletsch - Gletscherrand (1,5 uur)
- Eggishorn - Märjelensee - Märjelen Alpe Ost - Fiescheralp (3,5 uur)
- Eiggishorn - Märjelensee - Tunnel - Route zur heiligen Maria - Fiescheralp (2,5 uur)
- Fiescheralp - Bettmeralp - Riederalp (2,5 uur)
Wandelingen langs de Aletschgletsjer worden verder beschreven bij wandelen in Wallis.
terug naar boven
Simplonpasweg
Vanuit Brig kan men over de Simplonpas naar Italië reizen. Het is van oudsher een belangrijke handelsroute. De geschiedenis van het transitverkeer over de Simplonpas gaat terug tot de Middeleeuwen toen Caspar van Stockalper begon met het opslaan van goederen die over de berg gebracht moesten worden. Zie hiervoor ook de beschrijving bij Brig.
Aan de Zwitserse zijde van de Simplonpas ligt allereerst in Brig natuurlijk de toegangstunnel voor de BLS voor het autoverladingstransport naar Iselle. Direct na het station van Brig verdwijnt de trein in de tunnel.
De eerste tunnelbuis werd al in 1906 in gebruik genomen en jaren later werd de tweede tunnelbuis voltooid. Meer hierover leest u op de pagina's over de treinen. Zodra ik dat stuk heb geschreven zal hier een aanklikbare link verschijnen. De tunnel is lang de langste spoortunnel geweest met haar ruim 19 km lengte. De tunnel komt in Iselle weer in het daglicht.
Als men Brig verlaat via de oude pasweg dan komt men nog een aantal mooie dorpjes tegen welke anders wellicht aan de aandacht van de automobilist ontsnappen. U rijdt via Ried-Brig langs het dalstation van de bergbaan naar Rosswald. Een vakantiedorp dat echter ook per auto bereikbaar is.
Alvorens u echter de weg naar Rosswald kunt inslaan moet u eerst over de oude pasweg doorrijden tot u bijna de nieuwe weg hebt bereikt. Enkele honderden meters voor u deze bereikt ziet u een klein bergweggetje dat u naar dit mooie bergdorpje brengt.
Rosswald

U kijkt hier vanaf het bergdorp Rosswald in de vallei van de Jonge Rhône. Bij helder weer kan met tot ver voorbij Visp het Rhônedal bekijken. Het aantal vakantiewoningen is hier sinds het begin van de jaren 80 van de vorige eeuw enorm toegenomen. U kunt er heerlijk wandelen en zelfs even boodschappen doen in Brig zonder auto als u ook van een kleine wandeling houdt. U gaat dan met de gondels naar Ried-Brig en vandaar loopt u in een klein uur naar Brig. Voor de terugweg kunt u ook de postbus nemen die u weer bij het dalstation afzet.
Vanaf hier zijn enkele hele bijzondere wandeltochten te maken. Als topper vond ik persoonlijk de wandeling naar Binn een van de facinerendste. Over de Safflischpas loopt u op grote hoogte paralel aan de Italiaanse grens naar het prachtige zijdal waarin Binn is gelegen. U kunt met een kleine variant ook terugwandelen langs een iets andere route.
Er is ook een leuke wandelroute van het bergstation naar het dalstation en vice versa. Als kind heb ik die wandeling heel veel gelopen. Leuke doorkijkjes maken het een afwisselende wandeling. We kampeerden vroeger in Ried - Brig en gingen dan met de auto naar Rosswald om daar te wandelen. Samen met mijn zusje liep ik vaak terug door het bos in plaats van mee te gaan met de auto.
Zowel in het bos als langs de weg zijn er vaak veel orchideën te vinden als je in de goede tijd van het jaar een bezoek brengt aan deze regio.
Na de afslag naar Rosswald eindigd de oude pasweg en gaat ze op in de nieuwe weg. Na verloop van tijd ziet u bewegwijzering naar het bergdorpje Rothwald.
Rothwald/Wasenalp
De weg naar dit bergdorpje dat nog veel kleiner is dan het eerder genoemde Rosswald is haast identiek aan het kleine bergstraatje dat naar Rosswald voert. Er staan niet zo veel vakantiewoningen, maar een vakantie hier is zeker de moeite waard als u van de bergen en het eenvoudige leven houdt.
U kunt ook hier heerlijk skiën in de winter terwijl er in de zomer ook prachtig gewandeld kan worden.
Skilift Rothwald-Wasenalp am Simplon
Simplonstrasse
3901 Rothwald
Tel.+41(0)27 923 63 53

Als we de weg vervolgen richting de pashoogte komen we al snel weer op een punt waar er nog een heel stuk oude en erg oude pasweg bestaat. Daar waar de prachtige nieuwe brug de pasweg een heel eind bekort kan men deze ook verlaten om langs de bergwand verder te rijden. Aanvankelijk is dit over de pasweg zoals die in de jaren zeventig liep. Een deel van deze oude nieuwe pasweg is echter opgeruimd zodat de brug die ten tijde van Napoleon is gebouwd weer helemaal tot zijn recht komt.

De brug die in de jaren 70 ernstig in verval was geraakt is in de negentiger jaren weer helemaal opgeknapt. Het is een prachtig stukje bouwkunst dat gelukkig bewaard is gebleven. Het verdere verloop van deze oude weg hebben wij in 2001 niet gereden, dus ik kan u helaas niets vertellen over hoe deze nu verder loopt tot hij weer aansluit op de huidige pasweg.
Over de nieuwe brug klimt de pasweg met rasse schreden naar de pashoogte. De pasweg is hier op veel plaatsen beveiligd met galerijen zodat ook in de winter transport over de pasweg grotendeels gegarandeerd kan worden.
Op de pashoogte heeft u ook uitzicht op een fraaie stenen adelaar. Zo vanaf de weg lijkt hij wel groot, maar het loont zich de moeite om eens uit de auto te stappen en dit beeld van dichterbij te gaan bekijken.
Het is in de WOII door Zwitserse soldaten gebouwd geworden die belast waren met de bewaking van de Italiaanse grens. Om de tijd te doden werd dit beeld gemaakt. Van dichtbij is het werkelijk een enorm groot beeld.
Simplonpas Hospiz

Het Hospiz staat even verderop aan de andere kant van de pasweg als de enorme adelaar. Het gebouw ligt prachtig tegen de voet van de helling van de Hübschhorn. Het gebouw kwam gereed in 1831en het word bewoond door een "Gemeinschaft der Chorherren des Gr. St. Bernhard", en het is een ontmoetingshuis.
Hier kunnen het gehele jaar door maximaal zo'n 130 gasten ondergebracht worden. Hetzij is in groepsruimtes tot 8 slaapplaatsen of in kamer met 2 tot 6 bedden. Men kan hier terecht als men alleen onderweg is, maar ook met groepen of gewoon met de hele familie.
U van hier altijd van harte welkom of u nu uit Zwitserland komt of uit het buitenland. En of u nu komt voor een geweldige bergvakantie, om te kletteren of om uit te rusten, het maakt niet uit.
Van hieruit starten talloze wandelingen zowel in de richting van Saas Fee als richting de Italiaanse grens of het Binntal. Een prachtige wandeling voert u hier door de bergen naar Rosswald.
Een van mijn favoriete wandelingen is de afdaling van de pashoogte naar Gondo. Helemaal op grote hoogte om uiteindelijk aan de grens in het dal te eindigen. Vroeger was deze route op bepaalde plaatsen zo weinig in gebruik dat hij wel eens dicht wilde groeien met brandnetels en ander struikgewas. Enig zoekwerk en snoeiwerk was dan wel noodzakelijk om op het juiste pad te blijven.
Daarna begint de afdaling richting Italië. Deze kant van de pasweg is beduidend langer en er zijn meerdere dorpjes die een bezoekje waar zijn.
Simplondorf
Een dorpje dat prachtig langs de weg ligt. De tijd dat men moeizaam door het dorpje moest rijden is reeds lang voorbij. Toch loont het zich de moeite hier de pasweg te verlaten en uw auto te parkeren om het dorpje te voet te verkennen. De geschiedenis van dit dorpje gaat ver terug tot in de tijd van de Romeinen. Het ligt op 1476 m en heeft een typische bouwstijl met daken belegt met leistenen die herinneren aan de Italiaanse buren.
Er zijn nog bouwresten te vinden die teruggaan tot de tijd van de Middeleeuwen. Het oude dorp lag in het gebied tussen Dorfplatta - Färrich - Obär Dorf - Biel - Suschta. Uit deze tijd stamt de oude Feudalturm in Färich.

Foto 2001; Een van de alleroudste straatjes van Simplondorf
De huidige dorpsplaats (Dofplatz - Stutzji) dankt haar bestaan aan de tijd van Caspar von Stockalper. Langs de Saumpfade, de handelsroutes voor de pakezels, ontstonden hier diverse belangrijke gebouwen in het dorp.

Foto 2001; Op de voorgrond de buste ter ere van de heer Bundesrat Josef Escher (1885 - 1954).

Ook het Hotel Weisses Kreuz is in deze tijd gebouwd naast het kleine pitoreske kerkje van het dorp. Aan de andere kant ligt het oude Gasthof. Dat is een tijdlang bewoont geweest door de familie van mijn vriendin. Tegen woordig is het onderdeel van het Ecomuseum dat zeker de moeite van een bezoek waard is. De heren Leunissen zitten lekker uit te rusten op het bankje onder het genot van gebakjes uit de kleine dorpswinkel.

Foto 1995; Onze huwelijksreis. Een nachtje slapen in Hotel Post
In het kleine winkeltje op haalden we vroeger te voet de boodschappen als we kampeerden in Gstein-Gabi, een klein gehucht dat er verderop ligt. De camping aldaar is helaas niet meer.
Tip in Simplondorf
Hotel Restaurant Post
Een van de oudste hotels uit het dorp. Persoonlijk vind ik het een oergezellig hotel dat met veel liefde door de gastgevers wordt geleid. Zelf heb ik tijdens mijn huwelijksreis hier ook meermaals overnacht. Veel vroeger gingen we hier vaak wat drinken of eten na een lange wandeling zodat we op de camping niet meer hoefde te koken.
Tijdens de bouw van de Simplonstrasse werd in 1810 de officierskazerne gebouwd. Door de dorpsbewoners werd dit gebouw tijdens de bouw "Z'gross Huis". De fransman Pierre Guillet die in het dorp woonde begon er in 1812 een hotel in. Hij was tevens het hoofd van de Post. Hierdoor ontstond de naam Hotel Post.
In 1830 werd het hotel door de gemeente aangekocht. Ook de daarop volgende hoteliers waren net als Guillet "Postmeister". De beneden verdieping die was ingericht voor de afhandeling van de Post en de reizigers werd later omgebouwd tot het restaurant. Bij het gebouw horen ook de tegenoverliggende paardestal met berging, waarin nu de gemeentezaal en het postkantoor zijn gevestigd, zie foto hieronder.
Foto 2001; De bij het Hotel Post horen de paardestal die nu dienst doet als postkantoor.
Voor het hotel staat ook nog een uit de tijd van de bouw van de Simplonstrasse stammende kilometersteen. Het hotel bevindt zich dus precies tussen Brig en Domodossola. Althans als u dit meet langs de oude pasweg.
Hotel Restaurant Post
Gina & José
3907 Simplon Dorf
Tel. +41 27 979 11 21
Telefax +41 27 979 17 21
De oude toren in het dorp die vlakbij staat was eens een symbool van macht. Ze werd "Där Turu" genoemd en was een echte "Zwingburg". Het was de vestigingsplaats van de uit de geschiedenis bekende adelijke familie van de "Herren de Simplono", of wel de heren van de Simplono. Ze waren heer en meester in het dal van de Simplon van 1257 tot 1335.
Het gebouw werd in 1334 aangekocht door de Bischop van Siten. Onder beheer van de bischop raakte de toren echter in verval. Zo kwam het dat de gemeente het gebouw aankocht in 1545. Ze richtte het in als gemeentezaal en later werd er de eerste school van het dorp in gevestigd. Het historische gebouw werd aan het einde van de 19de eeuw echter opnieuw bouwvallig. Een deel stortte zelfs in in 1892. Van het oude gebouw werd een groot deel afgebroken.
Op de fundamenten werd in de jaren 1893/94 door de gemeente een nieuw gebouw opgetrokken. Van de oude historische toren werd alleen het oude ronde trappenhuis behouden.
Wellicht zal ik te zijner tijd nog wel meer informatie over dit mooie oude dorpje aan de Simplon gaan vermelden.
Gstein-Gabi
Als we de pasweg verder naar beneden vervolgen komen we in Gstein-Gabi. Een klein gehucht dat lang niet veel meer was als een hotel, een tankstation, een camping en een paar huizen. Het tankstation en de camping gingen helaas verloren met de dood van de vader van mijn vriendin die deze beheerde. Hij kwam om bij de grindgroeve in de rivier toen tijdens het werk een kleine steen die wegsprong hem fataal trof. Bovendien moest het tankstation plaats maken voor een lawinegalerij.
Toch is het Hotel Weissmies ook een vermelding waard. In dit hotel heeft Napoleon gelogeerd. Men heeft er nog altijd de munt waarmee hij betaalde en het kopje waaruit hij dronk bewaard.
Gondo
Nadat u het gehucht Gstein-Gabi heeft verlaten komt u al snel in de Gondo-Schlucht. Een zeer smal ravijn waarin de weg en de rivier om een plaatsje vechten. Toch is het op diverse plaatsen mogelijk om langs de wanden van het ravijn omhoog te wandelen. Hierbij dient u als wandelaar natuurlijk wel over geschikt schoeisel en uitrusting te beschikken en daarnaast moet u ook voldoende conditie hebben want de klim is aan beide zijden zwaar. Toch loont het zich de moeite deze wandelroutes te verkennen.

Foto 1995; De Gondo-Schlucht. Hoe onmogelijk het misschien ook lijkt langs de bergwand en de waterval omhoog te kunnen klimmen, het is een prachtige tocht die zeer de moeite waard is.
Foto 1995; Roger bekijkt de bergwand eens en heeft nog geen neiging om de wandeling naar de top van het ravijn te maken. Wij zullen dan ook doorreizen naar Graubünden.
Echter als we voor de grenspost staan te wachten zie ik nog snel even kans een laatste foto te nemen waarop het ravijn goed tot zijn recht komt. Deze foto is ook verwerkt in de achtergrond van deze pagina.
De achtergrond van deze pagina is voorzien van een doorkijkje langs de Simplonpas. De foto is vlak voor de grens met Italie genomen en kijk terug door de schlucht tussen Gstein-Gabi en Gondo.
terug naar boven
Mund
Het plaatsje Mund in het Oberwallis is bekend om zijn teelt van het gouden kruid Safraan. Safraan wordt al meer als 3500 jaar in de Oriënt geteeld. De Crocus sativus zoals de safraanplant officieel heet werd door de oude volkeren tussen Euphrat en Tigris geteeld. De oorspronkelijke vindplaats van Safraan laat zich niet meer achterhalen. Er bestaan vermoedens dat de plant in het westelijke Himalayagebied, het hoogland Kaschmir, werd gevonden. Vandaag de dag wordt hier nog veel safraan geteeld. Andere bronnen vermoeden dat de plant oorspronkelijk uit het iraanse hoogland, Noord-Indië en Afghanistan komt.
In ieder geval is het bolgewas vanuit het Verre Oosten naar Griekenland gekomen. Daar wordt er door Theophast (370 - 285 v Chr) reeds genoemd. Daarna werd het ook in het Romeinse Rijk bekend. De Romeinse keizers gaven opdracht voor het telen van de safraan. Arabieren voerden de plant in de 8ste eeuw in, in Spanje. Daarna werd het gewas via Frankrijk naar Zwitserland gebracht. Vanaf de 14de eeuw wordt waarschijnlijk al Safraan in Mund aangeplant en geoogst.
De safraan kan meest midden oktober tot begin november geoogst worden. De grootste oogst vindt plaats tussen 20 en 30 oktober. Veel regen en lauwe nevel in september gevolgd door veel zonneschijn in oktober zorgt voor een goede oogst. Volgens de telers beinvloeden heldere maanverlichte nachten de groei van de safraanknollen en het openen van de bloemen. De knollen bloeien welliswaar maar enkele dagen, al dagen open zich weer nieuwe bloemen die de oude uitgebloeide bloemen vervangen. De bloemen kleuren de gehele akker prachtig paars. Tijdens de bloei moet het het liefst zo min mogelijk regenen zodat de aroma zich goed kan ontwikkelen en het geen smaak verliest.
Een plaatselijke lekkernij is de Safran-Risotto.
terug naar boven
Matterdal/Saasdal
Vanaf Visp volgt u de Vispa naar Stalden. Daar splits de rivier zich. Aan de ene kant gaat u naar de bron van de Matter Vispa door het Mattertal en aan de andere kant gaat u naar de bron van de Saaser Vispa door het Saastal. Beide dalen zijn heel erg mooi en bieden u vele prachtige vergezichten. Ook zijn er vele wandelmogelijkheden. Een paar daarvan vindt u terug op mijn pagina wandelen in Wallis.
U passeert op weg naar het Mattertal en Saastal het bergdorp Visperterminen. Dit dorp staat bekend om zijn wijnranken die tot op een hoogte van 1200 m groeien. Nergens in Europa worden zo hoog nog wijnranken geplant. Het is de enige plaats waar u de overheerlijke Heidawijn kunt drinken. De Heidawijn wordt hier ter plaatse gebrouwen. Er is ook een stoeltjeslift die u naar Giw (1860 m) brengt. Onderweg hebt u prachtig zicht op de wijnranken. Vanuit Giw kunt u vele wandelingen maken. Vanuit het dorp kunt u echter ook naar e 17de-eeuwse barokke Mariakapel in Wald lopen. Een wandeling van ongeveer een uur. De kapel ligt op 1581 m. Onderweg komt u 10 bidhuisjes tegen die allemaal stammen uit de 18de eeuw.
Het Matterdal eindigt tegen de flanken van de majestueze Matterhorn. De 4478 m hoge berg die vrijwel iedereen kent en die ten onrechte vaak wordt aangeduid als de hoogste berg in de Alpen. Die eer komt de Mont Blanc toe. De eerste beklimming van de Matterhorn vond plaats op 14 juli 1865. De gelukkige bergbeklimmer was de Engelsman Edward Whymper. Hij was eigenlijk niet naar de Alpen gekomen voor het beklimmen van bergen. Zijn baas, een uitgever, had hem er opuit gestuurd om tekeningen te maken van de bergen. Hij raakte echter zo gefascineerd door de Matterhorn dat hij besloot de steile piramidevormige berg te gaan beklimmen. Hierin slaagde hij pas bij zijn zevende poging. Hij was toen in het gezelschap van drie andere Britse alpinisten, te weten Lord Francis Douglas, Charles Hudson en Douglas Hadow. Ze werd gegids door Peter Taugwalder en zijn zoon en Michel Croix. De top van de berg werd na een dag klimmen bereikt. Helaas kent de eerstbeklimming een heel triest einde. Tijdens de afdaling gleed de 19-jarige Douglas Hadow uit. Hij sleepte in zijn val Michel Croix, Charles Hudson en Lord Francis Douglas mee in de dood.

De Matterhorn gezien vanuit het Nooroosten in juni 2001. Ingetekend is de klassieke Schmid-Route van de Noordwand en de afdaling over de normale route via de Hörnligrat. De onderste driehoek is de Hörnlihütte en de bovenste de Solvayhütte. Bron www.lotharklingel.de
Tegenwoordig proberen alpinisten massaal de Matterhorn te beklimmen. Dit leidt soms tot ware verkeersopstoppingen op de berg. Per dag zijn er wel zo'n 10 mensen die een poging wagen de top te beklimmen. Jaarlijks zijn het er zo'n 3000! Toch waarschuwen gidsen om niet zo maar aan de beklimming van de Matterhorn te beginnen. Het is namelijk ook een feit dat er jaarlijks zo'n 10 mensen hun leven verliezen op deze berg. Het is ook goed om te weten dat de reddingswerkers niet zonder meer er op gaan om u te redden als u vast zit op de berg. Alleen als u in echte nood zit, levensbedreigend, wordt u direct geholpen. Dus als u in slecht weer terecht komt zal de heli niet gelijk voor u uitvliegen om u van de berg te plukken. Pas als het weer het toelaat zal men u op kunnen halen. Deze strenge selectie heeft men in 2007 ingevoerd om zo het aantal onnodige reddingen, reddingen die hadden voorkomen kunnen worden als men alle omstandigheden (weer/uitrusting) goed had beoordeeld. De reddingshelicopter bracht vaak eigen mensen in gevaar om mensen te redden die toch aan de beklimming begonnen ondanks dat er slecht weer was voorspeld. Deze beleidswijziging heeft tot gevolg gehad dat het aantal reddingsacties drastisch is gedaald omdat men uiteindelijk toch een weg naar beneden vond. Veel beklimmers vonden omdat ze verzekerd waren, dat ze dan meer risico kon nemen omdat ze verwachtten wel van de berg gered te worden als ze in nood kwamen. Nu kunnen de mensen van de reddingstroepen zich meer concentreren op de echte gevallen waarbij mensenlevens op het spel staan.
Het Saastal
Wij volgen nu eerst de Saaser Vispa naar Saas Fee. Het Saastal staat bekend om zijn rijke dierenleven. Er leven vele steenbokken (rond de 500), gemzen (rond de 600), reeën en alpenmarmotten (zo'n 500). Ook leven er twee paren steenarenden. Het dal is aanvankelijk smal en met steile hellingen. Vanaf Stalden verlaat u de spoorlijn van de MGBahn. Deze gaat verder door het Matterdal naar Zermatt. Als u gebruik wilt maken van openbaar vervoer dan bent u nu aangewezen op de gele postbussen.
U komt bij Eisten langs de Schweibbachswaterval. Daarna bereikt u Saas Balen. Het dorpje heeft een barokkerk uit 1812. De kerk is vooral bekend om zijn ronde vormen. Na Saas Balen blijft u de weg volgen om hoog naar Saas Grund. Voor u echter daar bent komt u door Under dem Berg. Hier vertrekt de kabelbaan naar Hohsaas, op een hoogte van 3098m. Hier heeft u prachtig zicht op de Triftgletscher.
Saas-Grund
In Saas Grund treft u de Maria zur Hohen Stiegekapel aan uit 1687. Deze heeft een bijzonder mooi altaar. Daarnaast vindt u er de Dreifaltigheitskapel uit het jaar 1736. Opnieuw splitst de weg zich. U kunt kiezen:
- U gaat naar links naar Saas Almagell
- Of u gaat naar rechts naar Saas Fee. Saas Fee is een autovrij dorp. Even buiten Saas Grund kunt u uw auto parkeren en vandaar te voet of per postauto naar Saas Fee.
In de zomer heeft u hier talloze wandelmogelijkheden. Maar ook in de winter heeft Saas-Grund u een fantastisch skigebied te bieden. Het gebied ligt rond Kreuzboden-Hochsaas.
Naast de nodige vakantiewoningen, hotels en pensions is er hier ook een prachtige camping.
Tip
Camping am Kapellenweg beschikt over grote staanplaatsen die allen voorzien zijn van stroomaansluitingen. Op de camping zijn drie moderne ruime sanitaire gelegenheden, deze zijn voorzien van warme douches waarvoor u geen toeslag hoeft te betalen. U gastheer/vrouw verkopen u in hun kleine winkeltje ook de noodzakelijkste boodschappen, gas en andere kampeerarkelen.

Een gemiddelde overnachting op de camping kost voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen ongeveer € 23,- (SFR 37,-).
Camping am Kapellenweg
CH 3910 Saas - Grund
Tel +41 27 957 49 97
Fax +41 27 957 33 16
camping@kapellenweg.ch
www.kapellenweg.ch
De Kapellenweg voert van Saas Grund naar Saas Fee. Ze loopt langs de oevers van het riviertje de Fee-Vispa. Er staan in totaal 15 in 1709 gebouwde kapellen met schilderingen en houten beelden. Gezamenlijk vormen deze de staatsies van een kruisweg.
Nog een tip voor een vakantiewoning in Saas - Grund
Ferienhaus Wiedersehen
Ferienhaus Wiedersehen biedt u een uitgelezen mogelijkheid om een mooi vakantieappartement te huren in Saas-Grund. Het appartement is uitgerust met een comfortabele woonkeuken met vaatwasser, magnetron, koffiezetmachine, radio, sateliet-TV, vrije internettoegang (gratis) en een balkon op de zuidzijde van het huis. Verder heeft het twee tweepersoonskamers en twee eenpersoonskamers. Voorzien van douche en WC en een aparte WC. U kunt kostenloos parkeren bij het huis.
De vakantiewoning wordt het gehele jaar door verhuurd. In het voorseizoen kost ze ongeveer € 455,- (SFR 750,-), in het midden- en zomerseizoen ongeveer € 510,- (SFR 840,-). In het winterhoogseizoen kost ze ongeveer € 575,- (SFR 950,-). Prijzen voor kerst en oud-nieuw moet u bij de verhuurders opvragen.
Familie Hans und Brigitte Andenmatten
CH 3910 Saas - Grund
Tel +41 27 957 40 40 of +41 79 757 40 40
Fax +41 27 957 40 47
wiedersehen@bluewin.ch
www.wiedersehen.ch
Saas Almagell
Saas Almagell is het laatste dorp voordat u de grootste aardenstuwdam van Europa bereikt. De stuwdam ligt op een hoogte van 2200 m en is 115 m hoog heeft een lengte van 780 m. De dam werd in 1965 aangelegd. Dit ging echter niet vanzelf. De neerstortende ijs- en rotsmassa's eisten tientallen doden onder de werklieden. De omgeving is uitermate geschikt voor langlaufen. Ook zijn er diverse stoeltjes en sleepliften. U heeft er prachtig zicht op de Almagellerhorn (3327 m) en de Stellihorn (3436 m).
Saas Fee
Het autovrije dorp Saas Fee ligt op 1810 m. Het ligt in het dal aan de voet van de overweldigende Mischabelgroep met als hoogste top de Dom (4545 m). Dit is de op één na hoogste top in Zwitserland. De hoogste top is die van de Dufourspitze. Het dorp wordt ook wel "de parel van de alpen" genoemd. Het ligt dicht tegen de Italiaanse grens. Het decor om dit dorp wordt gevormd door maar liefst 13 besneeuwde bergtoppen die allen de 4000 m overschrijden. De uiterst zuidelijke ligging van het dorp zorgt voor een uitermate mild klimaat. Dit heeft tot gevolg dat de boomgrens er relatief hoog is, namelijk rond de 2200 m, normaal ligt die op de 1800 m.
In 1951 werd de weg tussen Saas-Grund en Saas-Fee geopend. Hoewel het dorp vanaf dat moment per auto bereikbaar is, moeten de auto's buiten het dorp geparkeerd worden. Dit kan in een parkeergarage of op een van de 4 andere parkeerplaatsen. Het vervoer naar het dorp wordt verzorgd door wagens met electrische tractie.
Vroeger was dit een echt boerendorp. Tegenwoordig is het meest gewilde snowboardmekka van Europa. Het skigebied op de Mittallalin is het hele jaar door in bedrijf. Op de 20 gletsjerpistes wordt door teams uit de hele wereld geoefend op hoog niveau. Op het dorpsplein kunt u een monument vinden dat herinnert aan de dorpspastoor Imseng die de ontwikkeling van het toerisme in het hele Saasdal stimuleerde.
U kunt in Saas Fee het plaatselijke museum bezoeken of gebruik maken van een van de vele kabelbanen die er liggen. Het Saaser Museum is gehuisvest in een tupisch 19de eeuwse Saaser huis. Het bezit diverse gebruiksvoorwerpen en bijzonderheden van het dal. Zoals bijv de werkkamer van Carl Zuckmayer, de toneelschrijver. Ook is er een fotocollectie van het begin van het toerisme. Ook zijn er religieuze voorwerpen te bewonderen. U heeft de mogelijkheid tot het maken van wandelingen en bergtochten langs de flanken van de prachtige bergen. U heeft in ieder geval een prachtig uitzicht. Wilt u van een uiterts spectaculair uitzicht genieten? Brengt u dan eens een bezoek aan het panoramarestaurant in Saas-Fee. Dit ronddraaiende restaurant biedt u ongekende uitzichten terwijl u eet.
Verder is er het IJspaviljoen Allalin waarin de geheimen van de gletsjers aan de bezoekers worden onthult in het eeuwige ijs.
Tip
Draairestaurant "Metro-Alpin"
U bereikt het panoramarestaurant door met de bergbaan naar Mittelallalin te reizen, of maakt de prachtige tocht te voet. Het draairestaurant is het hoogste draairestaurant ter wereld en het hoogste restaurant in heel Zwitserland. Het restaurant op 3500 m hoogte biedt u een geweldige sensatie, niet alleen cullinair maar ook een lust voor het oog. U heeft zicht op toppen van 3- en 4-duizend meter hoog. De Lenzspitze, Dom, Täschhorn, Allalinhorn, Alphubel, Rimpfishorn, Strahlhorn.

De ondergrondse kabelspoorbaan naar het restaurant is voor de spoorliefhebbers ook een hele belevenis.
Drehrestaurant Mittelallalin
3906 Saas-Fee
Tel. +41 (0)27 957 17 71
Fax +41 (0)27 957 30 71
drehrestaurant@saas-fee.ch
Nadat u geweldig heeft gegeten kunt u te voet of per kabelbaan terug gaan naar Saas-Fee. Bij goed weer heeft u zicht op de Italiaanse stad Milaan. Vooral in de avond geeft dit een prachtig beeld.
In de zomer staan in Saas-Fee zo'n slordige 350 km aan wandelpaden tot uw beschikking. Er lopen tal van themawegen. Voor kinderen zijn de tamme bergmarmotten, nabij het bergstation Spielboden, een geweldige belevenis. Bent u avontuurlijker van aard? Gaat u dan eens met de gids mee op een tocht langs de steile rotswanden door de Gorge Alpin. De beekkloof tussen Saas-Fee en Saas-Grund. ER is ook een avonturenbos voor iedereen zonder hoogtevrees, waar u over diverse parcoursen aan lianen kunt slingeren of over hangbruggen van boom tot boom kunt gaan.
Dan is er natuurlijk nog de zomer- en winterrodelbaan "Feeblitz". Hiermee kunt u met hoge snelheid door het prachtige landschap naar beneden razen. Verder is er een mountainbikenetwerk van 70 km. Er voor de liefhebbers zelfs een 3,5 km lang steptraject.
In de winter wordt het skigebied bedient met 22 transportinstallaties en zijn er 100 km geprepareerde pistes. U kunt prachtige winterwandelingen maken over de 20 km geprepareerde wandelpaden. Houdt u van de lange latten, dan is er een 8 km lange langlaufloipe tot uw beschikking. U kunt zelfs sledetochten maken met husky's. Indien u dat wenst zijn er zelfs mogelijkheden om met de nodige instructie zelf de slede te besturen.
Volop keuze aan kabelbanen in Saas-Fee:
- Fellskin (2991 m). Startpunt van vele bergwandelingen en tevens kan hier overgestapt worden op de ondergrondse Metro Alpin naar Mittelallalin. Vanaf hier kunt u ook naar de Britanniahütte wandelen. Let op! U moet hierbij over de gletscher en dus is het aan te bevelen deze tocht met een gids te maken. De Britanniahütte ligt op 3030 m.
SAC Sektion Genève
Thérèse Andenmatten-Renaud, 3906 Saas Fee,
Tel: +41 27 957 21 80
- Hannig (2350 m). Vooral voor paragliders een geschikt vertrekpunt. De Hannigalp is ook te voet goed bereikbaar via Café Alpenblick. U kunt hier ook starten met de beklimming naar de vierde Mellig (2701 m).
- Längfluh (2867 m). Mooi uitzicht op de beide stromen van de Fee-gletschers. Ideaal vertrekpunt voor bergbeklimmers.
- Mittelallalin (3500 m). Vanaf Fellskin rijdt een ondergrondse Metro in hoog tempo naar Mittelallalin, 10 m per seceonde! In 2,5 minuut bereikt u ondergronds met het snelle kabelspoor het bergstation met het grote panoramarestaurant. Tevens staan hier in de zomer ook 15 skipistes tot uw beschikking. In de zomer wordt hier ook door diverse nationale skiteams getraind, onder meer de teams van Zwitserland, Italië en de VS.
- Plattjen (2559 m). Geschikt vertrekpunt voor wandelaars naar de Britanniahütte (3030 m, via de Chessjengletscher.
- Spielboden. Fraai uitzicht op de beide stromen van de Fee-Gletschers en het leefgebied van de alpenmarmotten. Tevens overstapstation voor de kabelbaan naar Längfluh.
De kabelbaanstations Hannig, Plattjen, Spielboden en Längfluh zijn ook via de gemarkeerde wandelroutes bereikbaar. Hoewel afdalen makkelijker lijkt dan klimmen, moet u voor uzelf bepalen wat u het liefste doet. Zelf geef ik de voorkeur aan de klim, ook al koste die vaak meer energie. De afdaling kan ook heel verraderlijk zijn!
Saas-Fee/Saastal Tourismus
Postfach
3906 Saas-Fee
Tel. +41 (0)27 958 18 58
Fax +41 (0)27 958 18 60
to@saas-fee.ch
www.saas-fee.ch
Het Mattertal
Vanaf Stalden gaat er ook nog een weg langs de spoorlijn van de MGBahn omhoog naar Zermatt. In dit dal rijden dus zowel de trein als de postbus. Dit vergroot het aantal mogelijkheden om te wandelen met een ander vertrek als startpunt. Zorgt u ervoor dat u bij de informatiebalie van spoor en bus een folder haalt met daarin de vertrektijden. Sommige bussen moeten gebeld worden!
De weg klimt omhoog naar het dorpje St Niklaus. Hier vindt u een uit de romaansetijd stammende kerktoren. U kunt hier ook afslaan en over een smalle weg naar Grächen rijden. Dit is een zonnig bergdorp aan de oostkant van het Mattertal. Het is de plaats met de minste neerslag in Wallis. Vanuit dit dorp kunt u mooie wandelingen maken.
Op 31 km van Visp komt u in Täsch. Hier is het einde van de doorgaande weg voor autoverkeer. U moet hier uw auto parkeren en dan per trein naar Zermatt reizen. Of u gaat te voet. Een mooie tocht die evenwijdig aan het spoor loopt.
Zermatt
Het kuuroord Zermatt ligt op een hoogte van 1616 m. Oorspronkelijk heette het Zur Matte. Het is het hoogstgelegen permanent bewoonde dorp in het mooie Mattertal. Het heeft ongeveer 4000 inwoners. Daarnaast biedt het hele jaar door vele bedden aan voor toeristen in vakantiewoningen, hotels en pensions. Sinds de eerstbeklimming van de Matterhorn is het dorp uitgegroeid tot een van de belangrijkste toeristenoorden van Zwitserland en de Alpen. Het is schitterend gelegen aan de voet van vele bergen zoals de Monte Rosa (4634 m), de Liskamm (4527 m), de Breithorn (4160 m) en de majestueuze en bijzonder ongenaakbare Matterhorn (4478 m).
Het verkeer in het dorp wordt onderhouden door koetsen, fietsen en electrische wagens die het hele jaar door de gasten naar hun bestemming brengen. Auto's zijn hier uit den boze. Tussen de vele hotels, wnkels en andere nieuwe gebouwen staan nog een aantal oude Walliser huizen.
Het Alpien Museum vertelt u veel over de openlegging van de Alpen, de geschiedenis van het alpinisme en de flora- en fauna in het Mattertal. Er is ook een model van de Matterhorn te bewonderen. Daarnaast is een bezoek aan de Gletschergarten aan het einde van de Gornergletscher zeer de moeite waard.
Vanuit Zermatt zijn de mogelijkheden om per kabelbaan te reizen haast onbeperkt. Een van de meest indrukkende wekkende tochten is die van de Gornergratbahn, de tandradspoorlijn van Zermatt naar de Gornergrat. Het bergstation ligt op 3136 m hoogte tussen twee gletschers. De tandradbaan werd al in 1898 aangelegd en is de hoogste spoorlijn in Europa. De trein rijdt in ongeveer 3 kwartier naar het eindstation nabij het Hotel Gornergrat. U heeft er een prachtig uitzicht over de Gornergletscher en nog 50 andere soortgenoten. En niet minder dan 50 bergtoppen met een hoogste punt van boven de 3000 m liggen voor het oog klaar. De allerhoogste berg, de Dufourspitze (4634 m) ligt op de grens met Italië. Vanuit het hotel heeft u in de vroege ochtend een fantastisch uitzicht op de opkomende zon boven de bergen.
Bent u nog niet hoog genoeg naar uw zin? Ga dan met de kabelbaan naar de Stockhorn. Het eindpunt van deze kabelbaan ligt op 3407 m tussen de gletschers. Overal rijst de machtige muur van de Matterhorn boven de andere bergen uit.
Vanuit Zermatt kunt u per Alpenmetro Sunnega ondergronds naar het station op de gelijknamige berg op 2300 m. In de zomer ligt Sunnega tussen de frisse alpenweiden vlakbij een prachtig bergmeertje. Ook hier krijgt u een fantastisch uitzicht op de Matterhorn aangeboden. Via gondelbanen kunt u ook hier nog verder omhoog. Bijvoorbeeld via Blauherd (2601 m) naar Unterrothorn. De top van deze berg ligt op 3103 m en biedt weer een ander uitzicht op de Matterhorn, de brede Findelgletscher, de Breithorn en andere toppen achter de Gornergrat, het dorp Zermatt en het Mattertal.
De hoogste gondelbanen maken het mogelijk om via enkele stations omhoog te zweven naar de top van de Kleine Matterhorn. Het bergstation staat op 3820 m en biedt weer een ander panorama over de gletschers, de sneeuw en, nu van heel dichtbij, de steile wand van de Matterhorn. Vanaf de Kleine Matterhorn kan in de zomer uitstekend geskied worden. De Kleine Matterhorn bereikt u door eerst met de kabelbaan naar Furi op 1886 m te gaan. Hier stapt u over op de kabelbaan naar Trockener Steg (2939 m). Dit is het beginpunt van de kabelbaan naar de Kleine Matterhorn. Vanuit Furi kunt u ook per kabelbaan de Schwarzsee (2582 m) bezoeken. Hier staat ook een barokke kapel, Maria zum Schneekapel.
Bijzonder bij Zermatt is Europa's hoogste trambaan. Deze liep van het station Riffelalp (Gornergratbahn) naar het Hotel Riffelalp dat in juli 1884 door Alexander Seiler werd geopend. Bij het Grand Hotel hoorde ook een dependance voor het personeel en een anglikaanse kapel. In 1898/99 liet hij de trambaan aanleggen om zich te laten aansluiten op de Gornergratbahn. Het spoor werd 480 m lang en had een spoorbreedst van 800 mm. Twee twee-assige stuurwagens onderhielden de dienst tussen station Riffelalp en het Hotel. Indien noodzakelijk kon nog een aanhangwagen voor bagage worden aangehaakt aan de tram.
In februari 1961 ging het Grand Hotel in vlammen op. Dat betekende ook het einde van de trambaan. De spoorlijn werd opgeruimd. De beide stuurwagens stonden lang als monument op het dorpsplein in Zermatt. Het Grand Hotel was jarenlang Europa's hoogst gelegen hotel. Het was vooral in trek bij natuurvrienden en wetenschappers die van hieruit de Zermatter bergwereld onderzochten.
In 1990 liet de familie Seiler de dependance tot een voornaam Berggasthaus ombouwen. Door private initiatieven werd het mogelijk om het vijf-sterren horel "Riffelalp Resort 2222" te realiseren. Een hotel met 144 bedden met een modern fitnesslandschap kon op 1 december 2000 haar poorten openen. Dit had tot gevolg dat ook de trambaan nieuw leven werd ingeblazen.
Op 15 juni 2001 werd de oude trambaan in ere hersteld. Ze rijdt alleen in de zomermaanden, gedurende de 9 maanden dat het hotel is geopend. Het spoor is nu 675 lang, maar de spoorbreedte is gelijk gebleven. Men wilde besparen op de aanleg van een electrische bovendraad als spanningsbron voor de tram. Daarom werden de stuurwagens uitgerust met grote accu's. De tram heeft een maximum snelheid van 10 km/h. Vanuit de tram heeft u ook weer een fantastisch uitzicht op de Matterhorn.
Beklimmingen rond Zermatt
Voor het beklimmen van de grotere toppen rondom Zermatt geldt dat u over een goede conditie moet beschikken. Daarnaast moet u goed bekend zijn met de risico's die een topbeklimming met zich meebrengt. Vele touren zijn zware gletschertouren en daarbij is het gebruik van een gids geen overbodige luxe. Gaat u toch alleen op weg, zorg dan in ieder geval dat men weet wat u aan het doen bent. Ook de normale beklimmingsroutes vragen de nodige kennis van het gebergte.
Ook hebben de opwarming van de aarde en de sneeuwarme winters van de afgelopen jaren ervoor gezorgd dat de condities van het sneeuw en ijsveld op de toppen is veranderd. Beschrijvingen in oude berggidsen zijn daarom niet meer up-to-date omdat ze niet op de hoogte zijn van de nieuwe ontwikkelingen op de bergen. Tegenwoordig geldt er eigenlijk geen beste jaargetijde meer waarop u het beste uw beklimming kunt wagen. U zult nu een goede afweging moeten maken. U kunt klimmen bij een stabiele hoge luchtdruk in de late zomer, met als gevolg daarvan slechtere omstandigheden op de gletschers of u kiest voor de vroege zomer met kans op onweer, maar met meer stabiele sneeuw- en ijscondities. Het beste kunt u in ieder geval ter plaatse om raad vragen bij de locale berggidsen.
Toch zal ik u hieronder een aantal beklimmingen kort beschrijven. Meer informatie over de bergtouren en berggidsen rondom Zermatt zijn te verkrijgen bij het Bergführerbüro Zermatt. Tevens kunt u een kijkje nemen op de volgende sites:
Wandelgidsen in Zermatt
Peter Bittel, Hikingguide, tel +41 79 220 25 80 peter.bittel@rhone.ch
Daniel Imboden, Hikingguide, tel +41 79 230 54 94 im.daniel@freemails.ch
Priska Maduz, Hikingguide, tel +41 79 416 54 23 of tel +41 27 967 00 50 prisma@bluemail.ch of kijk op www.wanderprisma.jimdo.com
Simon Meier, ASAM Wanderleiter, tel +41 79 690 76 36 of tel +41 27 967 02 41 meiersimi@gmx.ch of kijk op www.naturguiding.ch
De volgende beklimmingen kunt u aanklikken. U wordt dan verder geleid naar de beschrijving van de tocht, eventueel aangevuld met informatie over hutten, op mijn pagina wandelen in Wallis.
De meeste van de beklimming zijn waarschijnlijk te veel gevraagd van de gemiddelde bezoeker van Zwitserland. Toch zijn een aantal hutten ook op redelijk goede wijze (vaak wel met behulp van een gids) te bereiken. U kunt dan toch een heerlijke hoogalpine ervaring opdoen. Een nacht hoog in de bergen slapen is een sensatie op zich, al moet ik er bij zeggen dat niet iedereen het prettig vind.
Zelf heb ik ooit 1 top beklommen. Dat was de Weissmies. Vanuit Saas-Fee heb ik die tocht gemaakt met vrienden. Persoonlijk hoef ik niet zo nodig op een top te staan en het was voor mij dan ook eens en niet weer. Toch zal ik de ervaring nooit vergeten.
terug naar boven
Rondritten vanuit Wallis
Hieronder volgt een aantal routebeschrijvingen van dagtochten welke u kunt maken vanuit Wallis. Op mijn downloadpagina treft u nog veel meer routes aan van en naar Zwitserland en voor dagtochten die elders in het land starten.
Rondrit vanuit Brig naar Locarno 260 km (via de Centovalli vallei en het Valle Canobio)
Rondrit vanuit Brig naar Locarno 283 km (via de Centovalli vallei)
Rondrit vanuit Brig via Nufenenpass - Airolo - Tremola - Gotthardpass - Furkapass 173 km
Rondrit vanuit Brig via Furkapass - Gotthardpass - Tremola - Airolo - Nufenenpass 173 km (omgekeerde route van hierboven)
Rondrit vanuit Betten; Passentocht Grimselpas, Sustenpas, Schöllenenschlucht, Furkapas
Rondrit vanuit Betten; Passentocht naar de Simplonpas